Contacteczeem

Ingediend door redactie op vr, 28 augustus, 2009

Wat is contacteczeem ?  

Eczeem is een vaak jeukende, steriele ontsteking van de huid met overwegend een polymorf klinisch beeld (tal van afwijkingen tegelijkertijd).

In het acute stadium staan erytheem (roodheid), papels (kleine pukkel), vesikels (kleine blaasjes), erosies (huiddefect) en crustae (korsten) op de voorgrond; in het subacute stadium erytheem, papels en schilfers; in het chronische stadium papels, schilfers, lichenificatie (vergroving van de huid), hyperkeratose (eeltvorming), pigmentverschuivingen, rhagaden (kloven) en krabeffecten.

Eczeem kan secundair (aansluitend) impetiginiseren (infecteren) waardoor het aspect kan veranderen. Eczeem moet gedifferentieerd (onderscheiden) worden van: primaire (schimmel) infecties, psoriatische huidaandoeningen (schilferziekte) en geëczematiseerde urticariële reacties (galbulten).

Contacteczeem (contactdermatitis, beide termen worden door elkaar gebruikt) is een vorm van eczeem dat ontstaat als gevolg van huidcontact met stoffen of andere beschadigende factoren. Het kan ontstaan door irritatie en/of een allergische reactie (overgevoeligheid). Veel arbeidsomstandigheden gaan gepaard met frequente en langdurige huidblootstelling aan huidirriterende of huid-beschadigende factoren.

Hoewel ook gelaat, benen en voeten kunnen zijn aangedaan, komt contacteczeem in meer dan 80% van de gevallen aan de handen voor. Contacteczeem als beroepshuidafwijking betekent in de praktijk dus vooral handeczeem. Ondanks moderne behandelingstechnieken blijkt contacteczeem vaak te neigen tot slechte genezing en chroniciteit, niet alleen in de werksituatie maar zelfs ook na het staken van de arbeid. Dit vormt een extra reden om daar waar mogelijk aandacht aan preventie te schenken.

Indeling van deze pagina

  1. Ziektebeeld / gezondheidsschade
  2. Relatie met beroep/ arbeidsomstandigheden
  3. Blootstelling belastende factoren
  4. Beoordeling beroepsgebondenheid
  5. Epidemiologie
  6. Preventie
  7. Invloed van bijdragende factoren
  8. Bronnen

1. Ziektebeeld / gezondheidsschade

1.1 Klachten en symptomen

Eczeem is een ontstekingsreactie van de huid, gekarakteriseerd door een lymfocytair infiltraat rond de oppervlakkige bloedvaten in de dermis, met spongiosis en verschillende graden van acanthosis (1). De aandoening kenmerkt zich door een overwegend polymorf klinisch beeld, waarbij jeuk een belangrijk verschijnsel is (in het acute stadium staan erytheem, papels, vesicels en schilfers, zwelling, erosies door krabeffecten en crustae op de voorgrond; in het subacute stadium erytheem papels en schilfers; in het chronische stadium papels, schilfers, lichenificatie, hyperkeratosen, rhagaden, pigmentverschuiving en ook krabeffecten). Eczeem kan secundair infecteren (impetiginiseren), waardoor het aspect kan veranderen.

Eczeem moet gedifferentieerd worden van (primaire) (schimmel)infecties, psoriatische huidaandoeningen en geëczemateerde urticariële reacties. Morfologisch onderscheid tussen de verschillende stadia en etiologische vormen van eczeem is dikwijls moeilijk te maken.

Contacteczeem is een vorm van eczeem dat ontstaat als gevolg van huidcontact met stoffen of andere beschadigende factoren. Het kan ontstaan door irritatie en/of een allergische reactie. Veel arbeidssituaties gaan gepaard met frequente en langdurige huidblootstelling aan huidirriterende of huidbeschadigende factoren.

Het irritatief (of ortho-ergisch) contactcezeem komt binnen de groep arbeidsgerelateerde huidaandoeningen het meeste voor. Blootstelling aan water, zeep en sappen en occlusie van de huid (door het dragen van handschoenen) zijn hierbij de belangrijkste etiologische factoren.

Een allergisch contacteczeem treedt op indien een daartoe gesensibiliseerde patient met de “allergene stof” in contact komt. De overgevoeligheidsreactie is van het cellulaire type (type IV reactie volgens Gell&Coombs). In de praktijk treedt sensibilisatie meestal pas op na langdurig herhaald of intensief contact. Het klinisch beeld van een allergisch contacteczeem is overigens niet van een irritatief contacteczeem te onderscheiden.

Hoewel alle lichaamsdelen kunnen zijn aangedaan, zijn vaak het gelaat, armen, handen, benen en voeten betrokken. Arbeidsgerelateerd contacteczeem komt in meer dan 80% van de gevallen aan de handen voor. Contacteczeem als beroepshuidaandoening betekent in de praktijk dus vooral handeczeem.

Er is een webtool "Handeczeem of niet?" ontwikkeld door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) en het SKB voor werknemers om zichzelf op eenvoudige wijze kunnen testen op (atopisch) handeczeem. De resultaten zijn echter geen medische diagnose, maar geven een signaal wanneer een bezoek aan de bedrijfsarts (of een andere deskundige) raadzaam is. 

1.2 Differentiaal diagnose contacteczeem

Endogene eczemateuze huidaandoeningen
Tot de endogene eczeemvormen worden gerekend atopisch eczeem, tylotisch eczeem en het dishydrotisch eczeem.

Atopisch eczeem
Atopisch eczeem, ook wel constitutioneel eczeem genoemd, wordt gekenmerkt door recidiverende exacerbaties en remissies die met hevige jeuk gepaard gaan. De aandoening kan zich al op jeugdige leeftijd openbaren en wordt dan vaak dauwworm genoemd. Atopisch eczeem behoort samen met hooikoorts en allergisch asthma tot het atopisch syndroom, dat zich kenmerkt door een erfelijke aanleg om antilichamen te maken tegen bepaalde omgevingsallergenen. Bij deze aandoeningen zijn humorale antilichamen van het type IgE betrokken. Atopisch eczeem kent een aantal voorkeurslocalisaties. Op de volwassen leeftijd zijn dat het gelaat, de hals en de plooien van de ledematen, de handen en de voeten.

Tylotisch eczeem
Tylotisch of hyperkeratotisch rhagadiform eczeem kenmerkt zich door schilfering, hyperkeratose en kloven op de handpalm en de palmaire zijde van de vingers. De oorzaak is onbekend en de aandoening is zeer therapieresistent.

Dishydrotisch eczeem
Andere namen voor dishydrotisch eczeem zijn acrovesiculeus eczeem, pompholyx of cheiropompholyx. De palmen van de handen en soms ook de voetzolen vertonen blaasjes van wisselende grootte. Het proces verloopt in remissies en exacerbaties. Als oorzaken worden genoemd een reactie op een mycotisch of bacterieel proces elders, een allergisch contacteczeem met expositie elders, orale of parenterale toediening van een chemisch allergeen waarvoor een vertraagd type overgevoeligheid bestaat (nikkel, neomycine), uiting van atopisch eczeem.

Niet-eczemateuze arbeidsrelevante huidaandoeningen
De volgende aandoeningen zijn hierbij van belang: psoriatische huidaandoeningen, urticaria en mycosen.

Psoriasis
Psoriasis is een zeer gelokaliseerde, hyperproliferatieve staat van de epidermale cellen met een T-cel gemedieerde ontstekingsreactie. Het klassieke beeld bestaat uit roodschilferende plekken op de knieën, ellebogen, stuit en het behaarde hoofd naast aangedane nagels.

Urticaria
De sterk jeukende of brandende verheven plekken die binnen een aantal minuten kunnen ontstaan en doorgaans binnen een dag verdwijnen of zich verplaatsen, worden in de volksmond wel galbulten of netelroos genoemd. Heftige urticaria kunnen gepaard gaan met angio-oedeem en algemene verschijnselen die in zeldzame gevallen een voorbode zijn van een anaphylactische shock.
Voor het werk zijn 2 typen van belang: contact-urticaria (niet-immunologisch of immunologisch, bijvoorbeeld ten gevolge van latex-blootstelling) en fysische urticaria (zoals druk en koude).

Mycosen
De met schimmel of gisten geïnfecteerde huid toont schilfering en roodheid met enige infiltratie. Soms gaat het gepaard met blaasjes in plooien, zoals tussen de tenen, met erosies. De met mycose geïnfecteerde nagels zijn geel en brokkelig.

<Terug naar de top>

1.3 Prognose contacteczeem

De prognose van arbeidsgerelateerd contacteczeem (zowel irritatief als allergisch en ernstig genoeg voor verwijzing naar de dermatoloog) is matig. De helft van de gevallen persisteert, hoewel hiervan meer dan de helft wel verbetert. Adequate aanpassingen in beroep of expositie verbeteren de prognose in de meeste gevallen, maar bij 10% van deze ernstige gevallen ontstaat “persistent postoccupational dermatitis”.

2. Relatie met beroep/ arbeidsomstandigheden

In theorie kan de huid op een groot aantal manieren reageren op belastende factoren in de werk-omgeving. In de praktijk is het aantal verschillende reactiepatronen relatief gering. Voor de huid belastende factoren in de werkomgeving kunnen in twee grote groepen worden onderverdeeld:

2.1 Huidirriterende factoren

Onderscheid wordt gemaakt tussen:

  • direct toxische stoffen die de huid direct beschadigen
  • zwak toxische (irritatieve, cummulatief-toxische) stoffen die na langdurig frequente blootstelling zichtbare schade veroorzaken. Vooral het belang van blootstelling aan irritatieve factoren zoals vocht, detergentia, metaalbewerkingsvloeistoffen of  kappersvloeistoffen (voor bleken kleuren of permanenten van haar), het dragen van handschoenen (occlusie factor) etc. wordt in de praktijk onderschat
  • cumulatieve fysische expositie zoals frictie, hitte en straling
  • een bijzondere toxische reactievorm is de niet allergisch gemedieerde urticariële reactie. Een directe reactie van de toxische stof op de in de huid aanwezige mestcellen zorgt voor de typische vluchtige roodheid en kwaddelvorming

Allergische factoren
In de arbeidsdermatologie zijn met name type IV, en in mindere mate type I reacties, van belang. Een groot scala aan stoffen die een type IV, T-cel gemedieerde reactie kunnen geven komt in de werkomstandigheden voor. Het klinisch beeld van een allergisch contacteczeem is niet van een irritatief contacteczeem te onderscheiden.

In verschillende werkomgevingen komen stoffen voor die een type I, IgE gemedieerde directe reactie kunnen laten ontstaan. De reacties kunnen het gehele spectrum omvatten van licht erytheem tot een volledige anafylactische reactie. Binnen dit spectrum bevindt zich ook de allergisch gemedieerde urticariële reactie. De bekendste stof in deze categorie is latex. Eiwitten die een type I reactie kunnen oproepen, kunnen met vooralsnog onduidelijke mechanismen bij herhaalde blootstelling een eczeemreactie induceren: eczematiseren. Een voorbeeld hiervan is de “protein contact dermatitis”.

<Terug naar de top>

3. Blootstelling belastende factoren

3.1 Irritatief contacteczeem

In veel beroepen is een cumulatie van huidirriterende incidenten de oorzaak van het ontstaan van eczeem. Deze vorm van eczeem wordt irritatief contacteczeem genoemd (Engels: irritant contact dermatitis ICD, synoniem ortho-ergisch contacteczeem). Irritatief contacteczeem ontstaat als gevolg van een serie van herhaalde minimale huidbeschadigingen die elkaar langdurig en frequent opvolgen. Voorbeeld van zulke huidbeschadigenden incidenten zijn blootstelling aan detergentia, shampoos, schuurmiddelen, oplosmiddelen, fysische factoren zoals droge wind, vocht en occlusie (door het dragen van handschoenen).

In het algemeen zal geen van deze minimale huidbeschadigingen eczeem veroorzaken; accumulatie is daarvoor nodig. Eczeem zal ontstaan als de som van alle minimale huidbeschadigingen de herstelcapaciteit van de huid overtreft. Op het moment dat eczeem zich heeft ontwikkeld, zal zelfs een minimale huidirritatie (zoals een triviale blootstelling aan water en zepen bij normale persoonlijke verzorging) al een opvlamming van het eczeem kunnen veroorzaken en/of het eczeem kunnen onderhouden.

Factoren die het ontstaan van een irritatief contacteczeem kunnen beïnvloeden:

  • droge huid. De natuurlijke vetlaag beschermt de huid; afwezigheid van
    natuurlijk huidvet droogt de huid uit en maakt de huid gevoeliger voor beschadigingen.
  • atopische huid. De atopische huid produceert minder natuurlijk huidvet en huidvet van minder kwaliteit. Hierdoor droogt de huid sneller uit en is de huid gevoeliger voor beschadigingen.
  • plaats van blootstelling. De huid van handruggen en vingerwebben is gevoeliger voor irritatieve invloeden dan de handpalm.
  • combinaties van irritatieve omstandigheden. Het schadelijk effect van zeep is bijvoorbeeld groter als deze onder occclusie plaatsvindt. Deze schade is groter dan de separate effecten.
  • dubbele belasting. De hypothese van Malten over het ontstaan van irritatief contacteczeem ten gevolge van cummulatie van huidirritaties maakt duidelijk dat een belasting aan huidirritaties zowel thuis als op het werk de kans op eczeem aanzienlijk zal doen toenemen.
  • voorgeschiedenis van handeczeem.

 

3.2 Beroepen met risico voor irritatief contacteczeem

Nat werk beroepen
Beroepen waarin meer dan 25% van de werktijd of frequent sprake is van contact van de handen met water, detergentia en/of occlusie. Er is een Duitse norm ten aanzien van nat werk belasting (TRGS 531). Alleen voor verzorgende beroepen is aangetoond dat de belasting boven deze norm uitkomt. Voor andere beroepen zal een inschatting gemaakt moeten worden. De cijfers van de surveillanceprojecten over ICD (irritant contact dermatitis) meldingen bij verschillende beroepen kunnen een aanwijzing zijn.

Overige beroepen met huidirriterende omstandigheden
In tabel 1 staan beroepen weergegeven, gekenmerkt door huidirriterende arbeidsomstandigheden.

Tabel 1: Beroepen met huid irriterende arbeidsomstandigheden

Occupation

Common irritants encountered

Agriculture

oils; solvents; fertilisers and pesticides; cleansers and detergents; plants; animal hair; saliva, secretions, wet work

Automobile industry

oils (cutting oils); solvents; cleansers and detergents

Cement and construction industry

cement; wood preservatives; oiIs; acids and alkalis;

Cleaners and housework

wet work; cleansers and detergents; abrasives

Electrical/electronic

solvents; soldering flux; cleansers and detergents; acids and alkalis

Food industry  

wet work, cleansers and detergents;vegetables, fish, nicat, fruit, spices, flour 

Hairdressing/beautician

wet work; shampoos; permanent wave solutions; oxidising agents; bleaching agents

Healthcare and dental  

cleansers and detergents; wet work; alcohol; disinfectants; medications

Painting

solvents; cleansers and detergents;             paints; glues and adhesives; clay, plasteroils

Metal industry

solvents; cleansers and detergents; cutting fluids; acids and alcalis 

Plastic industry

plastics; solvents; fibreglass; acids

Rubber industry          

frictional/mechanical factor

Woodwork

plastics; solvents; wood preservatives;detergents; sawdust

Bron: Int Arch Occup Environ Health 2003 Jun;76(5):339-46

<Terug naar de top>

 

3.3 Beroepen met risico voor allergisch contacteczeem

In tabel 2 staan weergegeven beroepen met hun specifieke en/of veelvuldig voorkomende allergene factoren.

Tabel 2: beroepen met een verhoogd risico om een contactallergische arbeidsdermatose op te lopen

Beroep

Allergeen

kapper

4-phenylenediamine base; 2,5-diaminotoluenesulfate; 2-nitro-4- phenylenediamine; ammonium thioglycolate; ammonium persulfate; formaldehyde; nickelsulfate hexahydrate; cobalt(ll) chioride hexahydrate; resorcinol; 3-aminophenol; 4-aminophenol; hydrogen peroxide; hydroquinone; balsam peru; 2-chloroacetamide; glyceryl monothioglycolate; cocamidopropylbetai ne; 5-chloro-2-methyl-4- isothiazolin-3-one; 2-bromo-2-nitropropane-l,3-diol; captan; 4-chloro-3- cresol; 4-chloro-3, 5-xylenol; imidazolidinyl urea; 1 -(3-chloroallyl)-3,5,7- triaza-1-azoniaadamantane chloride (quaternium 15);zinc pyrithione; 2,5- diazolidinylurea; 

bakker / kok/ traiteur

vanillin; eugenol; isoeugenol; sodium benzoate; 2,6-di-tert-butyl-4-cresol; menthol; cinnamic alcohol; cinnamic aldehyde; 2-tert-butyl-4- methoxyphenol; anethole;sorbic acid benzoic acid; propionic acid; octyl gallate; dipentene; ammonium persulfate; benzoylperoxide; propyl gallate; dodecyl gallate

laborant

epoxyhars; immersie-olie; latex; diaminodifenylmethaan; thiuram-mix; carbamix. 

tandarts/tandtechnicus

ethyleenglycol dimethacrylaat; triethleenglycoldimethacrylaat; hydroxethyleenmethacrylaat; epoxyhars; latex; ethyltolueensulfonamide;butaandioldimethacrylaat; urethaandimethacrylaat; dimethylaminoethylmethacrylaat; colofonium. methylmethacrylate; triethyleneglycol, dimethacrylate; ethyleneglycol, dimethacrylate; 2,2-bis(4-(2-hydroxy-3- methacryloxypropoxy)phenyl) propane (BIS-GMA); 2- hydroxyethylmethacrylate, tetrahydrofurfuryl, methacrylate; 1 ,4-butanedioldimethacrylate; mercury; eugenol; glutaraldehyde 

arts

thiuram mix; carbamix; latex; chloorhexidine; glutaraldehyde; lauraminoxide; dithiodimorfoline; cyclohexylthioftalinide; propacetamol hydrochloride; melamine formaldehyde-hars. 

metaalbewerker

abietic acid; 4-chloro-3-cresol4-chloro-3, 5-xylenol; dichlorophene; 2-phenylphenol; propylene glycol; triethanolamine; 4-tert-butylbenzoic acid;1 ,2-benzisothiazolin-3-one; hexahydro-1 , 3, 5-tris-(2-hydroxyethyl)triazine; 4-(2-n itrobutyl)morpholine; 2-chloroacetam ide; N-methylolchloroacetam ide;1 h-benzotriazole; ethylenediamine dihydrochloride; 2-mercaptobenzothiazole; zinc ethylenebis-(dithiocarbamate); triclosan; 1-aza-3, 7-dioxa-5-ethyl-bicyclo-(3,3, 0)-octane; 4,4-dimethyl oxazolid me; 2-hydroxymethyl-2-nitro-1 ,3-propanediol; thimerosal; hydrazine sulfate;3,4,4-trichlorocarbanilide; formaldehyde; Amerchol L 101; dipentene;sodium-2-pyridinethiol-1 -oxide (sodium omadine); 2-bromo-2-nitropropane-l,3-diol;coconut diethanolamide; 5-chloro-2-methyl-4-isothiazolin-3-one; euxyl K400; 2-n-octyl-4-isothiazolin-3-one; 1 ,2-dibromo-2,4-dicyanobutane; iodopropynyl butyl carbamate 

monteur / industrie

Sterk afhankelijk van soort werkplek, geen specifieke allergenen reeks

Bron: Int Arch Occup Environ Health. 2003 Jun;76(5):339-46

<Terug naar de top>

4. Beoordeling beroepsgebondenheid

Het arbeidsgezondheidkundig spreekuur (AGS) bij huidaandoeningen (al dan niet naar aanleiding van een verzuimspreekuur) dient een specifieke anamnese en lichamelijk onderzoek te omvatten. Het AGS is gericht op het stellen van een eerstelijns dermatologische diagnose.

Beoordeel of er sprake is van eczeem, dat wil zeggen een huidaandoening met een overwegend polymorf aspect: erytheem, crustae, vesikels, schilfers, lichenificatie, krabeffecten etc.

Naast de diagnose zal tijdens het AGS de mate van arbeidsrelevantie van de huidklacht moeten worden vastgesteld. In schema:

Zijn er aanwijzingen dat het eczeem ontstaat of verergert door het werk?
Zo nee,
Verwijs naar de huisarts 
Zo ja,
Stel de diagnose arbeidsgerelateerd contacteczeem indien sprake is van huidbelastend werk .

Is er substantiële blootstelling aan huidirriterende werkomstandigheden? Beoordeel of er sprake is van substantiële blootstelling.
Zo ja
-          Kwantificeer de blootstelling door werkplekonderzoek
-          Stel de diagnose arbeidsgerelateerd irritatief contacteczeem 

Is er sprake van blootstellingen aan relevante allergenen?
Beoordeel of er sprake is van blootstelling aan allergenen. Raadpleeg hiervoor bronnen die een aanwijzing kunnen geven voor allergene belasting.
Resultaten werkplekonderzoek
Material Safety Data sheets (MSDS). Let op: deze zijn niet altijd volledig.
Zo ja,
Beoordeel of het beloop van de klachten en de blootstellingsfrequentie passen bij een vertraagd type allergie.
Zo ja,
Verwijs naar de dermatoloog voor het vaststellen van een relevante sensibilisatie en geef bevindingen uit het werkplekonderzoek inclusief relevante MSDS'en mee bij de verwijzing.
Stel de diagnose allergisch contacteczeem.

<Terug naar de top>

5. Epidemiologie

Contacteczemen vormen een substantiële portie van het totaal aan beroepsziekten. In Europa hebben zij al jaren vaste plek in de top van beroepsziekten. Contacteczeem is vaak gelocaliseerd aan de handen. Fregert toonde dit in een onderzoek aan. Hij observeerde dat in een groep van 1752 patienten met contacteczeem, bij 94% van de vrouwen en 84% van de mannen, sprake was van contacteczeem aan de handen. Publicaties over contacteczeem melden een grote variëteit aan prevalentiecijfers. In sommige sectoren van de westerse economie heeft 1 op de 2 medewerkers in enige mate last van handeczeem.

In veel westerse landen zijn registratiesystemen ontwikkeld voor beroepsziektemeldingen. Deze systemen leveren de nationale incidentie van gemelde beroepsziekten. De nationale registratiesystemen zijn echter meestal incompleet ten gevolge van onderdiagnostiek en onvoldoende meldingsdiscipline. De omvang hiervan verschilt per land als gevolg van verschillen in compensatiewetgeving.

Vergelijking tussen data van verschillende landen wordt bemoeilijkt doordat verschillende definities worden gehanteerd en door verschillende meldingsafspraken. Bovendien combineren de meeste registratiesystemen huidziekten in groepen en wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende vormen van eczeem: contacteczemen worden toegevoegd aan de groep eczemen, waarin ook andere vormen van eczeem voorkomen.

Ondanks deze moeilijkheden bij de vergelijking van data, melden Diepgen en Coenraads dat de gemiddelde incidentie van geregistreerd contacteczeem tussen de 0,5 en 1,9 per 1000 fulltime equivalent per jaar ligt.

In Denemarken is een gedetailleerde analyse van de geregistreerde beroepsziekten gemaakt waaruit bleek dat de incidentie 17.700 cases per jaar op een arbeidspopulatie van 2,6 miljoen werkers betrof, overeenkomend met 0,8 per 1000 werkenden per jaar.

In dezelfde analyse heeft men de expositiebronnen gegroepeerd tot 145 groepen. Voor contacteczeem zijn de vijf meest gerapporteerde etiologische factoren: detergentia, water, metalen, voedingsmiddelen en rubber. Deze factoren veroorzaken ongeveer de helft van het aantal contacteczeem cases. De meest belangrijke oorzakelijke factor lijkt nat werk te zijn.

Bij gebrek aan goede prevalentie cijfers in Groot-Brittannië en in Nederland hebben arbeidsdermatologen een vrijwillig surveillance programma opgezet.

Het EPIDERM surveillance programma in Groot-Brittannië schat de jaarlijkse incidentie van arbeidsdermatosen in totaal op bijna 13 per 100.000 werkers. De industrie, gevolgd door de gezondheidszorg zijn in Groot-Brittannië de grootste leveranciers van contacteczeem.

In EPIDERM worden ook hoge incidentiecijfers gemeld in de sector persoonlijke verzorging (bijvoorbeeld kappers en schoonheidsspecialisten) en in de landbouwsector. Behalve de toename van de meldingen in de zorgsector, bleven de aantallen meldingen van contacteczeem en de onderlinge verdeling over de sectoren gedurende de laatste 6 jaar vrijwel constant.

In Nederland is (naar Brits model) door het NECOD, in samenwerking met het NCvB, sinds 2001 een surveillance programma actief. In 2003 heeft een netwerk van 25 arbeidsdermatologen 673 cases van contacteczeem gemeld. In dezelfde periode meldden in 2003 alle bedrijfsartsen gezamenlijk 270 cases binnen het verplichte meldingssysteem van het NCvB.

In tabel 3 vindt u de beroepen met het hoogste meldingspercentage in het vrijwillige surveillanceprogramma in Nederland. Uit de data die de 25 dermatologen verzamelden, kon een jaarlijkse incidentie van 1,5 per 1000 werkenden per jaar worden geschat (Coenraads: ongepubliceerde rapportage aan ministerie van SZW).

Tabel 3: beroepen/sectoren met het hoogste meldingsperccentage contacteczeem in Nederlands surveillance programma door dermatologen. Het percentage geeft het aandeel van het beroep in het totaal van meldingen aan.

Kappers

9 %

Verpleegkundigen

8 %

Horeca medewerkers

8 %

(Auto)monteurs

5 %

Schoonmakers

5 %

Verkopers

5 %

Metaalbewerkers

4 %

Bakkers

4 %

Epidemiologisch onderzoek naar het voorkomen van arbeidsgerelateerd contacteczeem in de totale bevolking is schaars.

In Noord Beieren en in het Saarland heeft Dickel een dergelijk onderzoek onder de algemene bevolking uitgevoerd. Dit was mogelijk omdat in Duitsland bij het vermoeden op arbeidsdermatose (uitgezonderd huidmaligniteiten, maar inclusief contacteczeem) officieel wordt geregistreerd onder de code “BK501”. Dit wordt gedefinieerd als ernstige of recidiverende huidaandoeningen die het noodzakelijk maken dat activiteiten die de aandoening kunnen veroorzaken of verergeren, gestaakt worden.

Bij een registratie onder de code BK5101 worden alle diagnostische activiteiten vergoed. Door dit systeem kan de registratie van vermoedelijk contacteczeem als compleet worden beschouwd. Tussen 1990 en 1999 werden in totaal 5285 cases met contacteczeem geregistreerd. Aangezien het aantal werkenden in de verschillende sectoren bekend was, konden de incidentie en demografische karakteristieken van de diverse beroepsgroepen worden bestudeerd.

De geschatte totale incidentie van contacteczeem in deze populatie is 6,7 per 10.000 werkers per jaar in Noord-Beieren. De hoogste incidentie per 1000 werkers werden gevonden bij kappers, bakkers en bloemisten. De inductieperiode wisselde, maar was in het algemeen kort: ongeveer 2 jaar bij kappers, 3 jaar in de voedingsindustrie en ongeveer 4 jaar in de gezondheidszorg en bij metaalbewerkers. De incidentie is het hoogst in de leeftijdsgroep tussen 15 en 24 jaar.

Meding en Swanbeck onderzochten in een Zweedse industriestad de relatie tussen het voorkomen van handeczeem en het beroep. Zij vonden in hun totale groep van 20.000 mensen een 1-jaar prevalentie van handeczeem van 11,8%. In een Nederlands onderzoek uit 1993 vond Smit een prevalentie van 2,9% (kantoorpersoneel) tot 30% (verpleegkundigen), afhankelijk van het beroep. In een Fins onderzoek onder 617 ziekenhuis medewerkers had 44% van de medewerkers, voornamelijk vrouwen, handeczeem of handeczeem gehad.

De meldingen van arbeidsdermatosen door bedrijfsartsen aan het NCvB betrof in 80% van de cases een contacteczeem. Contacteczeem wordt in Nederland vooral gezien door huisartsen en dermatologen en niet door bedrijfsartsen.

Het is moeilijk om goede cohortstudies naar etiologische factoren van contacteczeem uit te voeren en deze zijn daarom schaars. Een goed voorbeeld is de studie die Funke uitvoerde naar de etiologische factoren bij een groep van nieuwe medewerkers in de autoindustrie in Duitsland. Een ander goed voorbeeld is de studie die Uter uitvoerde onder kappers.

Funke vond, over een periode van 1 jaar en een periode van 3 jaar, een dubbel zo hoge cummulatieve incidentie van handeczeem van bijna 9% respectievelijk 14%, bij zogenaamde “blauwe boorden” arbeiders ten opzichte van “witte boorden” medewerkers. Uter vond in zijn vergelijking tussen kappers en kantoorwerkers een verhoogd risico voor kappers voor het ontwikkelen van handeczeem met een odds ratio van 4,0.

Bij het onderzoek onder de totale bevolking in Noord Beieren was in ongeveer 50% van de gevonden cases van contacteczeem sprake van een relevante contactallergie. Huidirritatie was echter de meest voorkomende etiologische factor. Bij contacteczeem werd een complex aan etiologische mechanismen gevonden die elkaar sterk beïnvloeden. De verhouding irritatie en allergie in de etiologie van contacteczeem is beroepsafhankelijk. Nettis vond bijvoorbeeld bij 360 gezondheidszorg medewerkers die zijn arbeidsdermatologische kliniek bezochten in 16,5 % van de gevallen een relevante contactallergie en een relevante irritatieve factor bij 44,5 % van de in totaal 436 verschillende arbeidsdermatologische diagnoses.

Arbeidsgerelateerd irritatief contacteczeem wordt meestal door een veelheid aan expositiefactoren bepaald zoals zeep, oplosmiddelen, reinigers en het dragen van vloeistofdichte handschoenen.

Atopisch eczeem wordt beschouwd als een risicofactor voor arbeidsgerelateerd irritatief contacteczeem. Atopici vormen een substantieel deel van de cases met deze aandoening. Dickel rapporteert dat 19% van alle cases in zijn onderzoek in Noord Beieren atopisch eczeem heeft. Irritatief contacteczeem met daarbij een atopische constitutie wordt ook veel gezien bij leerlingen in nat werk beroepen. Wall en Gebauer rapporteerden dat 75% van de leerling-kappers met handeczeem een atopische constitutie had. Helaas missen deze rapportages over atopische huiddiathese goede controlegroepen. Het attributieve risico van een atopische diathese kan daarom slechts worden geschat.

Naast atopische aanleg lijkt geslacht ook van invloed op het risico voor het ontstaan van contacteczeem. Epidemiologische gegevens wijzen in de richting van een hoger risico voor vrouwen. Dit wordt waarschijnlijk verklaard doordat vrouwen sterker zijn vertegenwoordigd in de risicoberoepen. Vrouwen hadden een aanzienlijk verhoogd risico ten opzichte van mannen voor het krijgen van een beroepsdermatose in het bevolkingsonderzoek in Noord Beieren.

Meding en Schwanbeck vonden in hun groep van cases met arbeidsgerelateerde dermatosen tweederde vrouwen. Wall en Gebauer rapporteerden echter een sex-ratio van 2,4 mannen op 1 vrouw in de populatie van 993 cases van contacteczeem in hun derdelijns arbeidsdermatologische kliniek in West-Australië. Deze afwijkende Australische data over geslachtsdistributie onder contacteczeem reflecteert naar de mening van de projectgroep waarschijnlijk het grotere aandeel van mannen in de risicovolle arbeidspopulatie in deze regio.

Dat preventie van contacteczeem zinvol kan zijn, toont het onderzoek in Noord Beieren aan. Hierin wordt tussen 1990 en 1999 een significante daling in de incidentie van contacteczeem onder kappers aangetoond. Deze data ondersteunen het interventie-effect van wettelijke preventieve maatregelen die in Duitsland in de gerapporteerde decade zijn geïmplementeerd voor kappers.

Samenvattend: contacteczemen vormen een van de meest voorkomende beroepsziekten en worden vooral veroorzaakt door werkgerelateerde blootstelling aan huidirriterende omstandigheden. Werkers met nat werk lopen een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van handeczeem. Een Duits voorbeeld laat zien dat wettelijk opgelegde preventieve maatregelen in staat blijken een bijdrage te leveren aan het reduceren van dit risico.
 

<Terug naar de top>

6. Preventie

Is er sprake van een populatie met een verhoogd risico op arbeidsgerelateerd contacteczeem?

Beoordeel of werknemers binnen het bedrijf / de afdeling / de organisatie huidbelastende arbeid verrichten  
Zo ja,
dan kan er sprake zijn van een verhoogd risico op contacteczeem:

  • Inventariseer de irritatieve en allergene huidrisico's.
    Indien er sprake is van een verhoogd risico:
  • Verricht een PMO
  • Identificeer de werknemers met verminderde huidbelastbaarheid.
  • Beoordeel de mate van het vóórkomen van huidaandoeningen.

Is er een preventiebeleid?

Zo nee,
Adviseer preventiebeleid op te stellen.
Zo ja,
Stel vast dat er een adequaat preventiebeleid is door te beoordelen of voldoende aandacht wordt besteed aan de volgende onderwerpen:

  • Voorlichting
  • Huidverzorging
  • Huidreiniging
  • PMO frequentie
  • Risiso's bekend en zo klein mogelijk

Stel vast of het preventiebeleid wordt uitgevoerd.

Zo nee
Adviseer uitvoering van het preventiebeleid.

Zijn er onder de PMO-deelnemers werknemers met een verhoogd risico op arbeidsgerelateerd contacteczeem?

  • Identificeer werknemers met een voorgeschiedenis van atopisch eczeem en/of handeczeem
  • Geef deze werknemers een individueel PMO-advies
  • Voer bij arbeidsgerelateerd contacteczeem de individuele preventie uit.

Keuren op eczeem?

Beoordeel of er sprake is van een verhoogd risico op contacteczeem.
Zo ja,
Overweeg een aanstellingskeuring (raadpleeg NVAB Leidraad Aanstellingskeuring).

Beoordeel of er in de functie sprake is van risico voor derden (gezondheidszorg, voedingsindustrie) of op substantiële blootstelling aan niet te vermijden (a)specifieke prikkels.

Zo ja,
Adviseer de werkgever een aanstellingsonderzoek voor deze
functie te laten uitvoeren. 

<Terug naar de top>

7. Invloed van bijdragende factoren

De kans dat een medewerker een arbeidsgerelateerd contacteczeem ontwikkelt is niet alleen afhankelijk van de arbeidsomstandigheden. Persoonlijke predisponerende factoren kunnen de kans aanzienlijk vergroten:

  • voorgeschiedenis van (hand)eczeem
  • atopisch eczeem
  • onbekende factor die individuele gevoeligheid bepaalt.

Voorgeschiedenis van (hand)eczeem
Een voorgeschiedenis van eczeem verhoogt het risico van een recidief. Een mogelijke verklaring van het belang van een vroegere eczeemperiode (atopisch of niet-atopisch) is enerzijds gecorreleerd aan een verlaagde drempel en anderzijds aan een verstoord vermogen van de huid om te herstellen. De huid blijft na een periode van eczeem lange tijd extra gevoelig voor irritaties. Voor medewerkers die in het verleden een periode van (werkgerelateerd) handeczeem hebben door gemaakt gelden daarom dezelfde maatregelen als voor medewerkers met een atopisch eczeem.

Atopie
Een droge huid is een veel voorkomende kwaal met een heterogene achtergrond. Mensen met een typische droge huid zijn gevoeliger om een irritatief contacteczeem te krijgen. Een droge huid is een karakteristiek kenmerk bij mensen met een atopisch eczeem. Een droge huid kan ook gezien worden als een subtiele manifestatie van chronisch irritatief contacteczeem. Atopisch eczeem verdubbelt minimaal de effecten van blootstelling aan huidirritaties en daarom verdubbeld het risico in nat werk omstandigheden. Dit is te wijten aan de doorlaatbaarheid van de huid, wat een belangrijke factor is in de pathogenese van atopisch eczeem. Een atopisch eczeemhuid heeft een verstoorde barrière functie op de plek van het eczeem, maar ook op de niet aangedane huid.

Endogene factor
Vooralsnog is de endogene factor die de gevoeligheid voor sensibilisatie bepaalt niet bekend. Uit het feit dat bij gelijke blootstelling de ene persoon veel sneller sensibiliseert dan de ander valt op te maken dat er een endogene factor bestaat: HLA polymorphisme. Helaas is hiervan weinig meer bekend dan dat een dergelijke endogene genetische factor bestaat. Zolang niet meer bekend is kan deze factor voor de bedrijfsgeneeskunde geen betekenis hebben.

<Terug naar de top>

8. Bronnen

Literatuur

  • Handelen van de bedrijfsarts bij de preventie van Contacteczeem. NVAB richtlijn 2006
    Rycroft RJG. Textbook of Contact Dermatitis 2001; 562.
  • Diepgen TL, Coenraads PJ. The epidemiology of occupational contact dermatitis.Arch Occup Environ Health 1999; 72(8):496-506.
  • Dickel H, Kuss O, Blesius CR, Schmidt A, Diepgen TL. Occupational skin diseases in Northern Bavaria between 1990 eand 1999: a population-basesd study. Br.J.Dermatol 2001; 145(3): 453-462.
  • Meding B, Schwanbeck G. Occupational hand eczema in an industrial city. Contact Dermatitis 1990; 22(1):13-23.
  • Smit HA, Burdorf A, Coenraads PJ. Prevalence of hand dermatitis in different occupations. Int J Epidemiol 1993; 22(2): 288-293.
  • Funke U, Fartasch M, Diepgen TL. Incidence of work-related handeczema during apprenticeship: first results of a prospective cohort study in the car industry. Contact Dermatitis 2001; 44(3):166-172.
  • Uter W, Pfalberg A, Gefeller O, Schwanitz HJ. Risk of hand dermatitis among hairdressers versus office workers. Scand J Work Environ Health 1999; 25(5): 450-456.
  • Netis E, Colanardi MC, Soccio Al, Ferrannini A, Tursi A. Occupational irritant and allergic contact dermatitis among health care workers. Contact Dermatitis 2002; 46(2): 101-107.
  • Wall LM, Gebauer KA. Occupational skin disease in Western Australia . Contact Dermatitis 1991; 24(2): 101-109.